Werkboek september tot december 2018

Expressionisme

In mijn werk gebruik ik een expressionistische schilderwijze en kleuren in die stijl. Op de kunstmarkt in Bergen noemde iemand mij een fauvist, vanwege mijn kleurgebruik.
Het museumbezoek in Groningen over de Ploeg, een overzichtstentoonstelling, deed me beseffen dat in het begin van de twintigste eeuw een kleurrevolutie had plaatsgevonden. In verschillende landen waren groepen opgericht die in expressionistische kleuren schilderden. Geïnspireerd waren ze door Van Gogh, Gauguin en Cézanne. In Dresen/Berlijn ontstond ‘Die Brücke’, in München ‘Der blaue Reiter’, in Dorpswede was een kunstenaarskolonie, ‘De Fauvisten’ in Frankrijk. In Nederland volgden groepen in Laren, Bergen en Groningen.
Ik wilde me meer verdiepen in het ontstaansproces van deze groepen.
Het bijzondere van deze stromingen was dat men de naturalistische kleuren losliet en daar persoonlijk ervaren kleuren voor in de plaats stelde. Ervaar je een paarse schaduw. Schilder hem dan ook paars.
Er ontstonden nieuwe combinaties kleuren in evenwichtige composities.

De composities boeien me. Welke kleuren tegenover elkaar en in welke kwantiteit. Ik besef dat hun palet gedurfder was dan wat ik tot nu toe gebruik. Ik breid mijn assortiment acrylverven uit met voor mij ongebruikelijke kleuren.
Ook lichtgevende: reflexrose, -oranje, -geel, -groen.

Inspiratie voor een nieuwe serie schilderijen haal ik uit een serie foto’s gemaakt in de zomer van 2018 bij het Rode Klif.
In de foto’s zit beweging. Het zijn composities met nieuwe verhalen.

Ik begin met aquarellen (afmeting 30 x 45 cm). Vaseline geeft het schuim weer op het aquarelpapier. Ik gebruik expressieve kleuren en voeg tot slot felle acrylverven toe.

Ik vind dat het een onrustig beeld met veel contrasterende kleuren en beweeglijke penseelstreken is geworden. Het evenwicht is ver te zoeken. Veel willekeur lijkt het.

Na enkele aquarellen begin ik op groter formaat 3 doeken afmeting 75 x 115 cm. in een drieluik. Op de vloer leg ik ze naast elkaar. Ik besluit de kleuren te beperken tot twee. Voor het eerste schilderij kies ik oranje/bruin tegenover phtaloblauw nog passend bij mijn eerdere schilderijen. Ik begin met vaseline op doek (voor mij nieuw). Het geeft het schuim weer. Daarna gebruik ik veel water, zoals bij aquarelleren. De vaseline stoot af. De oranje/bruine kleuren vloeien in elkaar over. Voorzichtig breng ik ook de eerste blauwen aan. Het is een stromend geheel. Twee kleuren maken het duidelijker. De volgende dagen na droging ga ik verder, benadruk ik de kleuren. Ik gebruik ook Van Dijksbruin. Het geeft een sterker licht donker contrast. Het afstooteffect veroorzaakt een vlekkerig geheel. Ook het wit van het doek is belangrijk. Dat is voor een groot deel zichtbaar gebleven om het schuimspel uit te drukken.

Voor het tweede schilderij (3 luik) kies ik n.a.v. het schilderij ‘Portret van Job Hansen’ van Jan Altink de kleuren turkoois groen en paars. Een andere schuimfoto is inspiratie voor de richting van het schilderij. Het lijkt een soort waterval. Vaseline geeft het waterige beeld. In het midden komt een paarse stroom van karmijnrood en pruisisch blauw en wit. Aan de zijkanten tinten groen. Na droging benadruk ik de kleuren en drup roodtinten in het paars. Met een sleper en dunne zwarte verf werk ik op de ezel aan elk schilderij.

Voor schilderij 3 kies ik een nieuw expressieschilderij van Jan Wiegers ‘Zittend naakt’ voor de gele tegenover de rose/ rode kleuren. Ook in een schilderij van Rothko komen deze kleuren voor. Een nieuwe schuimspelfoto is het begin van de vaselinetekening. Nadat water door de vaseline is afgestoten zie ik dat de compositie anders is dan verwacht. Citroengeel en donkergeel zijn overheersend aangebracht. Rode tinten volgen hebben een eigen lijnen- en vormenspel. Het wit van de vaseline is weggeschilderd. Nieuw is het lichtgevend roze in het waterige rood gespoten. Slierten wit eroverheen geslingerd lijken een nieuw schrift. Het geeft het geheel meer expressie. Afzonderlijk hebben de schilderijen ook zeggingskracht en toch zijn ze samen een geheel. De felle kleurkeuzes verrassen me, maken me vrolijk.

Rood tegenover groen kies ik als contrast voor het vierde schilderij n.a.v. een expressionistisch schilderij en een schilderij van Mark Rotho. Het effect van de vaseline was niet bevredigend in het vorige schilderij. Het gaf problemen met de hechting van de verf op het doek. Bovendien was het visuele effect niet erg bepalend in het eindresultaat. Structuurverf over de drie doeken verbeeldt nu het schuimspel op het water. Veel water, karmijnrood en groene variaties breng ik met een ragebol op. Witte lijnen en vlekken maak ik met druppende verf. Na droging was het rood te overheersend. Het is een moeilijke keus om vlakken rood met donkergroenen over te schilderen. Toch mooi hoe het rood door het groen schijnt. Het resultaat is bevredigend. De aandacht gaat naar de twee rood/roze vormen die lijken te exploderen. De donkergroene vormen geven tegenwicht aan die dreiging. Het was plezierig om met fijnere kwasten op de ezel te werken.

Voor het vijfde schilderij kies ik pruisisch blauw en karmijnrood als contrast. Met structuurverf volg ik vrij nauwkeurig de compositie van een nieuwe ‘schuimspel’ foto. Daarna gaat er weer veel water overheen en met verschillende kleuren rood en pruisisch blauw wordt de eerste opzet bepaald. Het oogt kloppend, al aardig bevredigend qua compositie. Na droging zijn de kleuren natuurlijk fletser geworden. Met fijnere penselen accentueer ik vlakken met pruisisch blauw impasto. Een volgende dag stoort het karmijnrode karakter. Ik heb behoefte aan een feller rood. Ik heb nog een zakje rode pigmentpoeder, maar mis het bindmiddel. Met voorstrijk meng ik het pigment, niet ideaal. Ik breng het druppend in slierten op de doeken. Het geeft een bloederige indruk. Lichtgevend rose verhoogt de expressie. Het ingetogen karakter is nu helemaal verdwenen. Waarheen? Waarvoor? had ik op facebook gedeeld na de eerste versie. Iemand reageerde met ‘niet het eindresultaat is belangrijk maar de weg er naartoe’. Het middendeel vraagt qua vorm en kleur veel aandacht. De witte lijnen verleng ik. Het geeft het geheel een expressiever karakter. ”Botsing van de kleinste nanodeeltjes in een versneller’ zei een vriend bij aanschouwing. Maar van hetzelfde is het een botsing in de kosmos.

Voor schilderij 6 kies ik variaties groenen. Ik heb foto’s gemaakt in park Heremastate in Joure. Een deel van de vijver was vol met kroos en pompenbladeren. Het licht zorgde voor variaties groen.

Structuurverf zorgt voor oneffenheden op de drie doeken. Veel water doet de groen/gele verven in elkaar vloeien. Na droging doet het plezierig aan. Accentureren is nodig. Ik begin met de lichte delen in azogeel, citroengeel en relfexgeel. De compositie voelt niet goed. Van linksboven naar rechtsonder is een te sterke richting. Het linker paneel heeft te veel bogen. Met witte verf doorbreek ik storende vormen. Het werkt. Om meer vaart in het schilderij te krijgen schilder ik met een brede kwast aan een stok sapgroene strepen in een snelle beweging. Het gaat de goede kant op. Verdunde sapgroene verf slinger ik hier en daar over het doek. Veel expressie en beweging ontstaat. Kandinski benadrukte het belang van de stip, de lijn (een stip in beweging) en het vlak. Turkooisgroen direct uit de tube zet de puntjes op de i.

Schilderij 7

Ik wil een schilderij maken met helder rood. Op zolder vind ik herfstfoto’s uit het verleden. Foto’s met veel rode, gele en oranje bladeren.

Een mooie inspiratiebron. Ook in de natuur begint de natuur op gang te komen (begin november 2018). Ik leg drie doeken ( 75 x 115 cm) naast elkaar op de vloer. Het rode pigment wil ik gebruiken. Met een art medium (volgens de eigenaar van Planting Sneek, een zeer goed bindmiddel met 300 jaar garantie) meng ik het poeder. Het mengsel wordt op de natte doeken aangebracht met een brede kwast. Mooi rood. Azogeel donker wordt hier en daar gemengd op doek. De volgende dag kies ik voor zwart als tegenkleur. Lang niet gebruikt. Dat versterkt het rood. Oost-Indische inkt vult de witte vlakken. Ik geniet van het spatten met de vloeibare inkt. Een eerste foto op de smartphone oogt expressief en fris. Maar helaas na droging zijn de kleuren dof geworden. Het geheel ziet er ook vrij donker uit. In de volgende sessie slinger ik met een dunne kwast witte verf. In het centrum is het mooie rood weg. Met vermiljoen innovative acrylic probeer ik het rood hier en daar te versterken. Ook een beetje reflexoranje helpt. De Oost-Indische inktvlekken zijn veelal grijs geworden. Met zwarte acrylverf accentueer ik de amorfe vormen. Al laat ik de gekke structuren en texturen doorschemeren. Het is net of in het rechter paneel een figuur zijn handen omhoog houdt en zich keert tegen de zwarte monsters.